
Open dag noodopvang in Gooiland goed bezocht
Hilversum Er waren deze week meerdere hevige protesten in verschillende plaatsen in Nederland tegen de komst van asielzoekerscentra. Hoe anders is de sfeer tijdens de goedbezochte open dag van de noodopvang in Hotel Gooiland zaterdagmiddag.
“Het is heel netjes” constateert een ouder echtpaar uit Hilversum tijdens een rondleiding langs de ruimtes die dienen als eetzaal, gym en wasruimte, woonkamer en infobalie. “Wij waren benieuwd hoe die mensen hier leven dus toen wij lazen van deze open dag besloten wij om maar eens langs te gaan”, zegt de man. “Op televisie zag je een keer hoe zij met stoelen en met weet ik veel wat gooiden, maar hier is het heel rustig.” “Je krijgt ook de indruk dat het haast geen hotel meer is”, vult zijn vrouw aan. “Volgens mij is het aantal ‘gewone’ hotelgasten hier minimaal.” Hotel Gooiland functioneert alweer drie jaar als noodopvang; in ieder geval tot 1 januari 2027. Het is de tweede keer dat hier een open dag is. Twee jaar geleden was de eerste editie. Ook de opvanglocaties in Blaricum en Naarden zijn open. Landelijk opent het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) zo’n 180 locaties voor het evenement, dat samenvalt met de Nationale Burendag.
In Gooiland verblijven 174 asielzoekers, waarvan 25 vrouwen. Zij verblijven op de eerste verdieping. De overige personen zijn volwassen mannen. Zij verblijven op de tweede en derde verdieping. Tijdens de open dag blijven hun kamers, vanwege privacy, gesloten.
Er verblijven vijftien nationaliteiten, waaronder mensen uit Syrië, Somalië, Sudan en Nigeria, in het hotel aan de Emmastraat. Dat gaat (over het algemeen) goed. Omwonenden ervaren op de drukke locatie, vlakbij het centrum, niet of nauwelijks overlast, constateert ook locatiemanager Astrid de Vries. “De onderlinge sfeer is heel gezellig, dus je bent een beetje een community. De hotelkamers zijn bijvoorbeeld voor zes of drie personen dus je zit altijd met huisgenoten. Dan leer je elkaar goed kennen.”
Daarbij komt dat sommige bewoners echt lang moeten wachten - soms wel twee jaar - voordat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) een besluit heeft genomen over hun situatie, vervolgt de locatiemanager, en dus langere tijd in Gooiland verblijven. Het is ook zo dat zodra een bewoner Gooiland verlaat zijn of haar bed direct weer is opgevuld. “Want dat is wel de situatie in Nederland”, aldus De Vries. “Die is zo nijpend. Ieder bed dat vrijkomt wordt meteen gevuld. Voor de drukte was de hele bezettingsgraad in Nederland 93 procent, nu is dat echt 100 procent.”
Alle opvanglocaties in ‘t Gooi zijn noodopvang. Dat betekent dat deze plekken een ander programma van eisen hebben dan reguliere AZC’s, aldus De Vries. “Dan moet je soms inboeten op bepaalde faciliteiten. Wij hebben hier geen buitenruimte waar zij kunnen voetballen of hun eigen tuin hebben. Wij hebben hier een dakterras, maar dat is ook met restricties. Vanwege de omwonenden kun je niet te veel lawaai maken. Maar ja, we hebben hier veertig jongeren tussen de 18 en 23 jaar; die hebben toch een eigen plek nodig. Op die manier is het soms roeien met de riemen die je hebt om zo goed mogelijk opvang te organiseren.”
Positief aan Gooiland is vooral centrale ligging. “Alle faciliteiten zijn vlakbij”, vervolgt de locatiemanager. “En de samenwerking met Gooiland gaat ook heel goed. Er is ook nog een verdieping die zij kunnen verhuren aan gasten. Dat loopt dan door elkaar heen en dat is eigenlijk een heel mooi beeld.”
De asielzoekers komen Gooiland net als ieder ander binnen via de centrale hal. Op de eerste verdieping is de woonkamer waar de bewoners spelletjes kunnen spelen, studeren en in het naastgelegen klaslokaal trainingen volgen. Ook liggen er flyers met allerlei informatie.
Tijdens de open dag zaterdag geven vrijwilligers van onder meer Vluchtelingenwerk, de Vrijwilligerscentrale en Stichting Present uitleg over wat zij hier normaliter doen. Van belang daarbij is dat de bewoners Hilversum leren kennen en zodoende wat kunnen doen, geeft Nicole Wendt van de Vrijwilligerscentrale aan. “Wij stimuleren hen om vrijwilligerswerk te doen. Dat doen zij bijvoorbeeld bij de Zonnebloem, de Vorstin en Ridderspoor. En een aantal bezorgt kranten. Zo verdienen zij toch een zakcentje en leren zij Hilversum meteen kennen.”
Bezoekers krijgen verder een korte taalles Perzisch van de uit Iran gevluchte Alis. Opvallend is al meteen dat hij van rechts naar links schrijft. Ook de letters zijn totaal anders. Op de vraag wat ‘hoe gaat het?’ betekent is het antwoordt چطوری, uitgesproken als chetori. En ja, Nederlands is een lastige taal, erkent Alis. De letter ‘G’ is nog te doen, maar de ‘R’ is een heel ander verhaal. “Maar met veel oefenen moet het lukken”, klinkt het vastberaden.
De Nederlandse bezoekers zijn zaterdagmiddag diep onder de indruk van wat zij zien. Dat geldt ook voor Pieter (wil niet met zijn achternaam in de krant/op de website) uit Hilversum-Noord. Hij vond het vooraf nodig om langs te komen. “Zeker gezien de situatie hoe mensen omgaan met elkaar en reageren op AZC’s”, zegt hij. “Ik wil hier vooral zijn om deze mensen een hart onder de riem te steken. Ik had vooraf zoiets van ‘ik ga hierheen, al is het alleen maar om mijn gezicht te laten zien.”
De Hilversummer wist al langer dat er in Gooiland asielzoekers verblijven en is hier nu voor het eerst. “Ik vind het vooral belangrijk dat deze mensen hier zien dat zij welkom zijn. Ik raak er een beetje emotioneel van. Het zijn allemaal individuen die hun best doen om een leven te krijgen. Mijn vader vertelde mij vroeger: ‘Waarom zouden wij meer recht hebben op een goed leven dan iemand die ergens anders geboren is’. Ja, dat houd ik gewoon altijd in mijn achterhoofd.”

