
Van ‘putje’ naar natuur
Ten oosten van Hilversum ligt het Laarder Wasmeer. Je herkent het aan zandverstuivingen, vennen, heide en bosjes. Vroeger hoorde het gebied bij Laren. Men waste hier de schapen, vandaar de naam. Later werd het als laagst gelegen gebied in het Gooi een afvoerputje voor vervuild afvalwater. Vanwege gevaar voor de volksgezondheid werd het in de jaren 50 zelfs afgesloten.
Begin deze eeuw is het Laarder Wasmeer gesaneerd en opnieuw ingericht als waterrijk natuurgebied. Daardoor vind je hier zeldzame planten, zoals klokjesgentiaan en zonnedauw. Het wordt begraasd door een kudde Schotse hooglanders, inclusief een paar stieren. Daardoor is hun graasgedrag natuurlijker. Dit is goed voor de variatie in het gebied. En zo’n natuurlijke kudde kan zich ook beter verdedigen tegen roofdieren zoals de wolf.
Onlangs is het gebied uitgebreid en verbonden met de Zuiderheide. Het is ruiger geworden, onder andere door een stuk zandverstuiving; ook fijn voor de hooglanders. En - heel belangrijk - voor insecten zoals de zeldzame zwarte sachembij. Hij graaft zijn nest in de kleine randjes in het zand.
Je kunt dit gebied alleen bezoeken onder leiding van een gids tijdens onze de maandelijkse excursies. Data vind je op gnr.nl. Vanaf de wandelroute ‘Rondje Laarder Wasmeer’ (4,5 km) en de berg van Anna’s Hoeve heb je ook goed zicht op het Laarder Wasmeer.
Daan Eijben,
boswachter
