Afbeelding
Foto: Shutterstock

Slechter zien moet je niet zomaar afschrijven als ouderdom

Nieuws van bedrijven

Wie merkt dat het zicht achteruitgaat, legt al snel een verband met ouder worden. De kleine lettertjes worden lastiger, gezichten in de verte zijn minder scherp of een bril blijkt steeds vaker nodig. Toch is leeftijd lang niet altijd de enige verklaring. Volgens Dr. Javier Martinez, refractiechirurg en medisch directeur van het Nationaal Oogcentrum, is het vooral belangrijk om te achterhalen waar verminderd zicht precies vandaan komt. In dit interview vertelt hij meer over redenen waarom zicht achteruit kan gaan. En hoe ogen lasern kan helpen.

“Niet iedere verandering van het zicht is hetzelfde”, zegt Martinez. “Er zijn veranderingen die samenhangen met het ouder worden van het oog, maar mensen kunnen ook een refractieafwijking hebben, zoals bijziendheid, verziendheid of astigmatisme.” Voor sommige van die afwijkingen bestaan tegenwoordig verschillende correctiemogelijkheden. Zo wordt bij het Nationaal Oogcentrum onder meer gewerkt met ooglaserbehandelingen en lensimplantaties.

ADVERTENTIE

Eerst vaststellen waarom iemand minder goed ziet

Juist dat onderscheid is volgens Martinez belangrijk. “Wie slechter ziet, heeft niet automatisch een oogziekte. Andersom is het ook niet verstandig om veranderingen zonder meer toe te schrijven aan de leeftijd. Een professioneel oogonderzoek kan duidelijk maken wat er aan de hand is en of behandeling mogelijk of wenselijk is.”

“Bij ooglaseren corrigeren we de manier waarop het oog licht breekt”, legt Martinez uit. “Het doel is om het zicht blijvend te verbeteren, zodat iemand in principe geen bril of contactlenzen meer nodig heeft voor de gecorrigeerde afwijking.”

Daarmee is ooglaseren iets anders dan het behandelen van een oogziekte. De laser verandert de vorm van het hoornvlies om een refractieafwijking te corrigeren. Of iemand daarvoor geschikt is, hangt af van de individuele situatie. Leeftijd alleen geeft dus niet het antwoord.

Veel mensen hebben een verkeerd beeld van ooglaseren

Rond ooglaserbehandelingen bestaan volgens Martinez nog altijd misverstanden. “Een daarvan gaat over de ingreep zelf. Sommige mensen verwachten dat het oog met een injectie wordt verdoofd of dat er tijdens de behandeling met messen wordt gewerkt.” Dat is alleen niet zo bij het Nationaal Oogcentrum.

“Voor de verdoving gebruiken we speciale oogdruppels”, aldus Martinez. “Daar is geen verdovingsnaald voor nodig. Door die plaatselijke verdoving voelt de patiënt niets van de behandeling.”

Een andere veelgestelde vraag is of het resultaat blijvend is. Martinez: “Bij volwassenen is het oog in principe uitgegroeid. De correctie die met de laser aan het hoornvlies wordt aangebracht, is daarom permanent.” Dat betekent echter niet dat ogen daarna nooit meer kunnen veranderen. Leeftijdsgebonden ontwikkelingen kunnen later nog steeds optreden.

“Het is belangrijk om daar duidelijk over te zijn”, zegt Martinez. “Een laserbehandeling corrigeert een bepaalde afwijking. Het voorkomt niet dat het oog op latere leeftijd andere veranderingen kan doormaken.”

Eén behandeling is doorgaans voldoende

Ook het idee dat ogen regelmatig opnieuw gelaserd moeten worden, klopt volgens Martinez niet. “Bij vrijwel iedere ooglaserbehandeling is één behandeling per oog voldoende. Slechts in uitzonderlijke situaties kan een aanvullende behandeling nodig zijn.”

Bij het Nationaal Oogcentrum wordt daarom vooraf uitgebreid beoordeeld welke behandeling bij een patiënt past. Wanneer het beoogde resultaat na de eerste ingreep niet volledig wordt bereikt, kan een nabehandeling worden overwogen als dat medisch verantwoord is.

Voor mensen uit Hilversum en omgeving die merken dat hun zicht verandert, is vooral de oorzaak relevant. Niet iedere brilsterkte vraagt om behandeling en niet iedere verandering betekent dat er sprake is van een aandoening.

Niet alles hoort simpelweg bij het ouder worden

De mogelijkheden binnen de oogzorg zijn de afgelopen jaren uitgebreid, maar volgens Martinez begint goede zorg nog altijd met een juiste beoordeling. “De ene persoon heeft voldoende aan een bril of contactlenzen, terwijl bij een ander een ooglaserbehandeling of lensimplantatie een optie kan zijn.”

“Slechter zien moet je niet automatisch accepteren omdat je ouder wordt”, zegt Martinez. “Het belangrijkste is dat je weet waardoor je minder goed ziet. Pas daarna kun je beoordelen welke oplossing passend is.”

Dat maakt het onderscheid tussen ouderdom, een refractieafwijking en een daadwerkelijke oogaandoening belangrijk. Niet iedere verandering kan worden voorkomen of gecorrigeerd, maar er is tegenwoordig vaak meer mogelijk dan mensen denken.

Uit de krant