
Relatief veel honderdplussers komen oorspronkelijk uit de Gooi en Vechtstreek
MensenHILVERSUM - “Er zijn nog slechts enkele ooggetuigen die uit eerste hand kunnen vertellen over de jaren 1940-1945”, werd maandag tijdens de Dodenherdenking in Huizen gezegd. Hoeveel dat er precies zijn, is vrijdag duidelijk geworden uit nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
Nederland telde op 1 januari 2026 ongeveer 2,5 duizend mensen van honderd jaar of ouder. Van hen waren er begin dit jaar 1.104 precies 100 jaar oud, 666 waren 101 jaar en 372 waren 102 jaar. Ruim 400 mensen zijn 103 jaar of ouder. Zij hebben de Tweede Wereldoorlog bewust meegemaakt; ze waren 14 jaar of ouder toen de oorlog uitbrak.
Geslacht en regio
Vooral vrouwen bereiken deze leeftijd, sowieso hebben vrouwen over het algemeen een hogere levensverwachting. “Dit verschil werd vooral tussen 1950 en 1970 groter”, aldus het CBS. “Dat hangt samen met roken, destijds vooral iets wat mannen deden.”
Ook verschilt het aantal mensen dat honderd wordt per geboorteregio. Dat varieert van minder dan 180 per honderdduizend inwoners die tot 1923 zijn geboren in Zuid-Limburg, tot meer dan 270 in Zeeland, enkele regio’s in Noordoost-Nederland en in en rond Rotterdam, Den Haag en Haarlem. Gooi en Vechtstreek scoort ook relatief hoog, met 258 honderdplussers per 100 duizend inwoners die hier geboren zijn. Volgens het CBS kan dit samenhangen met leefomstandigheden en woonomgeving tijdens de kinderjaren, maar ook met erfelijke factoren.













